FR | NL
Home | Over Vax Info | Links | Contacteer ons

Rotavirusprint

Vaccinatie voorkomt ziekenhuisopname

gepubliceerd op dinsdag 23 april 2013

Vaccinatie tegen het rotavirus is een effectieve manier om ziekenhuisopname van jonge kinderen wegens een gastro-enteritis te voorkomen. Dit blijkt uit een studie in 39 Belgische ziekenhuizen.

Rotavirus is de belangrijkste oorzaak van ernstige acute gastro-enteritis bij zuigelingen en jonge kinderen.
Bijna alle kinderen maken de infectie minstens één keer door vόόr de leeftijd van 5 jaar, met een piekincidentie bij kinderen tussen 4 en 23 maanden. In westerse landen is een gastro-enteritis door het rotavirus (RVGE) zelden dodelijk, maar het is wel een belangrijke reden waarom jonge kinderen moeten worden gehospitaliseerd. In de periode 2000-2006, vόόr de vaccins beschikbaar waren, werden in België naar schatting jaarlijks 5.600 kinderen onder 7 jaar opgenomen in het ziekenhuis, en waren er 26.800 ambulante raadplegingen voor gastro-enteritis door rotavirus. Bij de kinderen die in een ziekenhuis werden opgenomen, was bijna 50% jonger dan 1 jaar en 38 % tussen 1 en 2 jaar.

Er bestaan momenteel twee oraal toe te dienen vaccins : RotarixTM, een monovalent humaan vaccin (2 dosissen op 8 - 12 weken), en RotateqTM, een pentavalent menselijk-dierlijk vaccin
(3 dosissen op 8 - 12 - 16 weken). Diverse grootschalige klinische studies hebben aangetoond dat beide vaccins een zeer grote werkzaamheid (efficacy) hebben in het voorkomen van acute gastroenteritis door het rotavirus.
België was in oktober 2006 een van de eerste Europese landen dat vaccinatie tegen het rotavirus opnam in de aanbevolen vaccinatiekalender voor zuigelingen. Sinds november 2006 wordt het gedeeltelijk terugbetaald door de ziekteverzekering. Hierdoor was de context in België omstreeks 2008 geschikt om na te gaan in welke mate de werkzaamheid in klinische studies zich zou vertalen in doeltreffendheid op het terrein (field effectiveness). De vaccinatiegraad was immers op enkele jaren tijd snel toegenomen en ligt nu boven 90%.

Ziekenhuisstudie

Aan deze multicentrische, prospectieve case-controle studie namen 39 at random geselecteerde Belgische ziekenhuizen met een pediatrische afdeling deel. Zij vertegenwoordigen ongeveer een derde van alle pediatrische afdelingen, met 1037 van de 2787 pediatrische bedden.

In totaal werden tussen februari 2008 en juni 2010 4.742 kinderen met gastro-enteritis gescreend voor deelname aan de studie. Bij een sneltest op een stoel-gangsstaaltje (n=4.138) testte 16% van de kinderen positief op rotavirus. Uiteindelijk werden 215 kinderen die in het ziekenhuis waren opgenomen met een door PCR bevestigde gastro-enteritis door het rotavirus, weerhouden voor de analyses. Tevens werden 276 controles geïncludeerd van dezelfde leeftijd die om een andere reden in het- zelfde ziekenhuis verbleven of er ambu- lant werden verzorgd. Alle kinderen waren 14 weken of ouder en geboren na 1 oktober 2006, dus oud genoeg om onder terugbetalingsvoorwaarden tegen het rotavirus gevaccineerd te zijn.

Van de kinderen die waren opgenomen met een rotavirus gastro-enteritis had 48% tenminste 1 vaccindosis gekregen. In de controlegroep was dit 91%. Vaccinatie gebeurde in 92% van de gevallen met het monovalente vaccin.

Het gebruik van PCR op de stoelgangstalen liet niet alleen toe om de aanwezigheid van het rotavirus te confirmeren. Daarnaast werd ook het genotype van het rotavirus bepaald, en werd nagegaan of het al dan niet ging om een co-infectie met adenovirus, astrovirus en/of norovirus.

  • Bij 52% (n=111) van de met PCR bevestigde gevallen van gastro-enteritis door rotavirus betrof het genotype G2P[4], 4% (n=52) G1P[8], 9% (n=20) G4P[8], 7% (n=16) G3P[8], en 5% (n=11) G9P[8].
  • Bij 25% van de met PCR bevestigde gevallen was er ook sprake van een co-infectie met adenovirus, astrovirus en/of norovirus.

Doeltreffendheid van het vaccin

Om de doeltreffendheid van het vaccin te meten om een ziekenhuisopname voor gastroenteritis door rotavirus te voorkomen, werden in de primaire analyse twee groepen met elkaar vergeleken :
- enerzijds volledig gevaccineerde (met 2 dosissen van het monovalente vaccin) (n=70) en niet-gevaccineerde (n=90) kinderen met gastro-enteritis,
- anderzijds volledig gevaccineerde (n=179) en niet-gevaccineerde (n=19) controles.

  • De doeltreffendheid van 2 dosissen van het monovalente vaccin bedroeg 90% (81 tot 95%).
    - Bij kinderen tussen 3 en 11 maanden was dit 91% (75 tot 97%), ≥12 maanden 90% (76 tot 96%).
    - Bij kinderen met een ernstige gastro-enteritis (≥11 op de Vesikari-schaal) was de doeltreffendheid 91% (80% tot 96%)
    - In de analyse was de effectiviteit van tenminste 1 vaccindosis 91% (82% tot 95%) voor beide vaccins.
  • De doeltreffendheid van 2 dosissen van het monovalente vaccin veranderde weinig in subanalyses volgens genotypes of volgens co-infectie.
    - De doeltreffendheid bedroeg 95% (78% tot 99%) tegen het vaccin-genotype G1P[8], en 85% (64% tot 94%) tegen G2P[4]. Dergelijke kruisbescherming is belangrijk gezien het grote aantal rotavirusstammen.
    - De doeltreffendheid van vaccinatie was 86% (52% tot 96%) in geval van co-infectie met minstens één van de onderzochte virussen (adenovirus, astrovirus en/of norovirus), tegenover 91% (81% tot 96%) wanneer geen co-infectie aanwezig was.

De doeltreffendheid van het mono-valente vaccin blijkt in een Belgische populatie iets hoger te liggen dan in studies bij een armere bevolking in
El Salvador en Brazilië (76% minder hospitalisaties) en in Malawi en Zuid- Afrika (61% minder episodes van ernstige gastro-enteritis). Onderzoek moet uitwijzen wat hiervan de oorzaak is : (onder)voeding, borstvoeding op
het ogenblik van de vaccinatie, onderliggende medische condities, verschillen in virale epidemiologie...
In tegenstelling tot studies in Latijns-Amerika en Centraal-Australië wordt in deze studie geen verminderde doeltreffendheid van het vaccin in het tweede levensjaar vastgesteld : de resultaten bij kinderen van 3-11 maanden en van 12 maanden of ouder zijn vergelijkbaar.

Wat leren we uit deze resultaten ?

  • Slechts 16% van de ziekenhuisopnames voor gastro-enteritis waren te wijten aan rotavirus (positieve sneltest). Vόόr de introductie van het vaccin was dat 58%. Dat betekent dat dankzij de vaccinatie (bij een geschatte vaccinatiegraad van 90% en een effectiviteit van 90%) elk jaar naar schatting ongeveer 4.600 kinderen jonger dan 7 jaar niet meer in het ziekenhuis moeten worden opgenomen. Deze gegevens komen overeen met de vermindering van het aantal bevestigde gevallen van rotavirus gastro-enteritis in België sinds de vaccinatie.
  • Rotavirus gastro-enteritis was verantwoordelijk voor de hospitalisatie van 6,6% van de zuigelingen tussen 3 en 5 maand in de deelnemende ziekenhuizen. Dit is vergelijkbaar met de toestand vόόr vaccinatie in andere Europese landen. Dit onderstreept de noodzaak om in deze jonge leeftijdsgroep tijdig te vaccineren (vanaf 8 weken zoals aanbevolen).

Besluit

Deze resultaten tonen aan dat het vaccin tegen rotavirus zeer effectief is om hospitalisatie voor gastro-enteritis door rotavirus te voorkomen, zelfs bij een hoge prevalentie van genotype G2P[4] en virale co-infectie. Door de vaccinatie moeten elk jaar naar schatting 4600 kinderen jonger dan 7 jaar niet meer in het ziekenhuis worden opgenomen.

Dr Koen Van Herck

Referentie :
Braeckman et al, BMJ 2012;345:e4752 doi: 10.1136/bmj.e4752


Abonneer u op de nieuwsbrief