FR | NL
Home | Over Vax Info | Links | Contacteer ons

Pneumokokkenprint

Het geconjugeerd 13-valent vaccin voor de vaccinatie van zuigelingen

gepubliceerd op donderdag 1 december 2011

Sinds september 2011 worden zuigelingen gevaccineerd met het 13-valente pneumokokkenvaccin (PCV13) in het kader van het aanbevolen vaccinatie-programma. Het vaccin wordt gratis aan-geboden voor de primovaccinatie van zuigelingen (2 dosissen, de eerste op 8 weken, de tweede op 16 weken) en voor het rappel op 12 maanden.

Het nieuwe 13-valente vaccin PCV13 (Prevenar13™) vervangt het 7-valente geconjugeerde vaccin (Prevenar7™). Het bevat, naast de zeven serotypes van PCV7, ook de serotypes 1, 3, 5, 6A, 7F en 19A; alle antigenen zijn geconjugeerd met de gemodificeerde difterietoxine.

De keuze voor PCV13 volgt de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad die in een advies van oktober 2010 stelde dat « de prioriteit op het vlak van volksgezondheid (ligt) bij de preventie van ernstige invasieve infecties, met mogelijk dodelijke afloop of die onomkeerbare neurologische restletsels kunnen veroorzaken. Rekening houdend met de lokale epidemiologie moet het vaccin dat de beste bescherming biedt tegen deze ernstige infecties gekozen worden. Op dit moment beantwoordt een 13-valent pneumokokkenvaccin met de serotypes 1, 3, 4, 5, 6A, 6B, 7F, 9V, 14, 18C, 19A, 19F en 23F het best aan deze eisen.”

De HGR preciseert ook dat het 10-valente vaccin (Synflorix™) waarschijnlijk beter tegen acute otitis media beschermt door de bijkomende bescherming tegen niet typeerbare Haemophilus influenzae. Deze bijkomende bescherming ten opzichte van het 13-valente vaccin wordt geschat op ongeveer 10%, of het vermijden van 6.500 tot 33.000 episodes, naargelang de bron.

Kinderen met verhoogd risico

Sommige kinderen hebben een verhoogd risico op een invasieve pneumokokkeninfectie. Het gaat met name om:

  • Kinderen met functionele asplenie, miltdysfunctie (zoals homozygote sikkelcelziekte), of splenectomie.
  • Immunocompetente kinderen met de volgende risicofactoren:
    - Cochleair implantaat.
    - Chronische hartziekte (vooral conge-nitale cyanogene hartziekte, hartfalen, hypertensie met hartcomplicaties).
    - Chronische longaandoening (bronchi-ëctasie, mucoviscidose, broncho- pulmonale dysplasie, interstitiële long-fibrose, neuromusculaire aandoening met gevaar van aspiratie, ernstig astma dat moet worden behandeld met systemische steroïden).
    - Andere stofwisselingsziekten.- Lekkage van hersenvocht (na trauma of zware schedeloperatie).
  • Kinderen met immuuncompromitte-rende aandoeningen :
    - Primaire immuunstoornis.
    - Immunosuppressieve therapie en andere verworven immuunsuppressieve aandoeningen met inbegrip van leukemie, neoplasma, lymfoom, transplantatie van een vast orgaan, beenmergtransplantatie en HIV-infectie.
    - Chronische nierziekte (nefrotisch syndroom, chronisch nierfalen).
    - Onvoldoende gecontroleerde diabetes mellitus.

Deze kinderen moeten, indien het risico wordt vastgesteld voor de leeftijd van 6 maanden, eerst worden geïmmuniseerd met het geconjugeerde pneumokokkenvaccin (PCV13): 3 dosissen PCV13 met een interval van 6 à 8 weken en een booster PCV13 na de leeftijd van 12 maanden. Vervolgens is immunisatie met het polysacharidevaccin (PPS23V) nodig na de 2de verjaardag.

Voor kinderen tussen 12 maanden en 5 jaar moet men een onderscheid maken tussen:

  1. Kinderen die een primovaccinatie met twee dosissen PCV7 hebben ontvangen en een rappel PCV7, of 2 dosissen PCV13 voor de leeftijd van 12 maanden; deze kinderen krijgen een rappel met PCV13. Daarna ontvangen ze na hun 2de verjaardag en met een interval van minimum 8 weken na de laatste dosis PCV een dosis PPS23V.
  2. Kinderen die geen of een onvolledige vaccinatie hebben gekregen: zij ontvangen twee dosissen PCV13 met 8 weken interval. Vervolgens krijgen ze na de 2de verjaardag en minstens 8 weken na de laatste dosis PCV een dosis PPS23V.

Boven de leeftijd van 5 jaar kan een dosis PCV13 worden voorgesteld, en dit tot de leeftijd van 18 jaar. Vervolgens kan één dosis PPS23V worden toegediend, met een interval van minstens 8 weken sinds de laatste dosis PCV.

Het 23-valent polysaccharidevaccin (Pneumo 23™) bevat antistoffen tegen serotypes 1, 2, 3, 4, 5, 6B, 7F, 8, 9N, 9V, 10A, 11A, 12F, 14, 15B, 17F, 18C, 19A, 19F, 20, 22F, 23F en 33). Het nog niet volledig ontwikkelde immuunsysteem bij jonge kinderen reageert onvoldoende op de stimulatie door polysacchariden en de doeltreffendheid van het vaccin is zeer beperkt onder de 2 jaar. Dit vaccin wordt wel aanbevolen om ouderen en personen met een verhoogd risico op een pneumokokkeninfectie te vaccineren, ongeacht hun leeftijd.

Referentie :
Publicatie van de Hoge Gezondheidsraad nr 8687 (6 oktober 2010).Vaccinatie tegen pneumokokken bij kinderen 7-,10- en 13-valent pneumokokkenvaccin.


Abonneer u op de nieuwsbrief