FR | NL
Home | Over Vax Info | Links | Contacteer ons

Mazelenprint

De situatie in België in 2016

gepubliceerd op woensdag 7 december 2016

Mazelen zijn nog altijd niet geëlimineerd in België. Sinds de laatste epidemie in 2011 (met een incidentie van 54,9 gevallen/1.000.000 personen per jaar), schommelde de incidentie in de periode 2013-2015 tussen 3,5 en 6,1 gevallen /1.000.000 personen per jaar. In de eerste helft van 2016 zijn opnieuw enkele kleine epidemieën opgedoken. Dit onderstreept het belang om een voldoende hoge vaccinatiegraad na te streven en de vereiste voorzorgsmaatregelen te nemen in geval van een mazelen uitbraak.

Alle landen van de Europese regio engageerden zich om mazelen te elimineren. Dit houdt in dat er geen langdurige transmissie meer is van het virus en dat een geïmporteerd geval geen aanleiding kan geven tot de verspreiding van de aandoening.
Eén van de criteria van eliminatie is minder dan één mazelengeval per miljoen inwoners.

Bij het opvolgen van de epidemiologische toestand wordt de gevalsdefinitie van de Europese Unie van 2012 gevolgd. De classificatie van mogelijke, waarschijnlijke en bevestigde gevallen is gebaseerd op de kliniek, de epidemiologie en de labo-analyses.
In de Europese regio spreken we van een mazelenuitbraak bij twee of meer door labo-analyse bevestigde gevallen die tegelijk voorkomen (binnen een tijdsperiode van 7 tot 18 dagen) en die epidemiologisch en/of virologisch gelinkt zijn.

Toestand in het eerste semester van 2016

Er werden 10 uitbraken geregistreerd, waarbij telkens 2 tot 9 personen betrokken waren. Daarnaast deden zich ook 24 geïsoleerde gevallen voor, waarvoor geen link met een ander geval kon worden aangetoond, maar waarvan wordt aangenomen dat ze ook verband houden met de vermelde uitbraken. In totaal ging het om 67 gevallen, waarvan 31 in Brussel, 21 in Vlaanderen en 15 in Wallonië.
De globale incidentie in België bedroeg 6 gevallen/1.000.000; in Brussel bedroeg de incidentie 26,2/1.000.000, in Wallonië 4,2/1.000.000 en in Vlaanderen 3,3/1.000.000. Voor 6 gevallen in Vlaanderen en 2 gevallen in Wallonië bestond er een epidemiologische link met uitbraken in Brussel.

Transmissie

In dertig gevallen werd de wijze van transmissie geïdentificeerd: familiaal (12), nosocomiaal (14), andere (4).
Van de getroffen personen werkten er 4 in de gezondheidssector, waarvan er drie niet gevaccineerd waren (de vaccinatiestatus van de vierde persoon was niet gekend). Vier personen reisden tijdens de incubatieperiode naar Roemenië, Polen of het Verenigd Koninkrijk, waar op dat ogenblik een epidemie heerste. Vier gevallen werden vastgesteld in een asielcentrum, en drie bij Roma’s.

Leeftijd

Een meerderheid van de gevallen betrof kinderen: 27 waren jonger dan 5 jaar, 12 tussen 5 en 14 jaar en 9 tussen 15 en 19 jaar. 19 gevallen waren 19 jaar of ouder.

Vaccinatiestatus

  • 2 personen hadden 2 vaccindosissen gekregen;
  • 4 personen ontvingen slechts één dosis;
  • 4 personen ontvingen een ongekend aantal dosissen;
  • 37 waren niet gevaccineerd (26 indien de kinderen jonger dan 12 maanden niet worden meegeteld);
  • voor 20 personen was de vaccinatiestatus niet gekend.

Morbiditeit

28 patiënten werden opgenomen in het ziekenhuis omwille van mazelen, waaronder 12 kinderen jonger dan 5 jaar, 4 kinderen tussen 5 en 9 jaar en 8 volwassenen ouder dan 25 jaar.
Alle personen herstelden, maar bij vier patiënten werden ernstige verwikkelingen vastgesteld: 2 gevallen van rhabdomyolyse met verzorging op intensieve zorgen en één geval van hepatische cytolyse. Bij de kinderen werd slechts één geval met ernstige complicatie gerapporteerd.

Labo-resultaten

53 van de 67 mazelengevallen werden bevestigd door het labo (specifieke IgM en/of PCR test). Acht gevallen werden bevestigd op basis van een epidemiologische link met een bevestigd geval. Voor 33 gevallen werd een genotypering uitgevoerd door het Nationaal Referentiecentrum voor mazelen, bof en rubella (WIV-ISP) waarbij 31 genotypes B3 en 2 genotypes D8 (zoals in het Verenigd Koninkrijk) werden gevonden.

Controlemaatregelen

Mazelen is een meldingsplichtige infectie ziekte.
Bij een geval van mazelen, moeten de behandelde arts en de gezondheidsinspectie voorzorgsmaatregelen nemen:

  • de arts die mazelen vaststelt moet onmiddellijk contact opnemen met het team Infectieziektebestrijding van het Agentschap Zorg en gezondheid (https://www.zorg-en-gezondheid.be/een-meldingsplichtige-infectieziekte-aangeven);
  • tijdelijk uitsluiten van kinderdagverblijf, school of werk (minstens tot vier dagen na het optreden van huiduitslag);
  • bronopsporing, waarbij gelet moet worden op mogelijke import van de ziekte uit het buitenland;
  • informeren (telefonisch, elektronisch...) van contacten over mogelijke preventieve maatregelen, met name vaccinatie binnen 72 uren;
  • nagaan vaccinatiestatus en zo nodig vaccinatie van de omgeving (contacten)

Worden als beschermd beschouwd:

  • personen die gevaccineerd zijn (twee gedocumenteerde dosissen),
  • die mazelen hebben gehad,
  • die voor 1970 zijn geboren.

Vaccinatie (met het MMR-vaccin) wordt zo mogelijk binnen de 72 uur na het contact toegediend en kan zo bescherming bieden tegen mazelen of zorgen voor een milder klinisch verloop.

Ook kinderen tussen 6 maanden en 1 jaar die in contact zijn geweest met de geïnfecteerde persoon, worden gevaccineerd. Zij moeten nadien nog twee dosissen krijgen op de normale aanbevolen leeftijd: 12 maanden en 11-12 jaar.

Naar aanleiding van de aanwezigheid van nosocomiale infecties en enkele ernstige ziektegevallen bij volwassenen, ontvingen alle ziekenhuizen en huisartsen in de betrokken ’zones in april 2016 een brief met extra informatie.
Asielaanvragers worden systematisch ingeënt tegen mazelen.

Discussie

De epidemische uitbraken in het eerste semester van 2016 tonen twee belangrijke uitdagingen: het optreden van ernstige complicaties, vooral bij volwassenen, en nosocomiale transmissie.

  1. Patiënten: meer dan de helft van de patiënten (37/67) was niet gevaccineerd, en bijna een derde (20/67) kende hun vaccinatiestatus niet. Twijfels over het nut of vrees voor bijwerkingen spelen bij deze uitbraken slechts een beperkte rol. Onbewust verhogen sommige patiënten het risico op nosocomiale infecties omdat ze zich direct tot een dienst spoedgevallen wenden, zonder eerst hun huisarts te raadplegen.
  2. Artsen: artsen spelen een cruciale rol in het vroegtijdig herkennen en opsporen van mazelen. Sommige artsen zijn evenwel weinig vertrouwd met de typische symptomen, vooral bij het optreden van atypische tekenen. Dat leidt tot een laattijdige diagnose of een verwijzing naar een dienst spoedgevallen, waardoor het aantal secundaire gevallen kan toenemen. Sommige gevallen worden slechts bij het opsporen van contacten vastgesteld. Meer info op symptomen: "Is eliminatie in de EU haalbaar?". Bovendien beschouwen sommige gezondheidswerkers mazelen ten onrechte als een onschuldige aandoening.
  3. Ziekenhuisorganisatie: in sommige ziekenhuizen was de triage in de (vaak overbezette) wachtzalen van de dienst spoedgevallen ontoereikend. In sommige gevallen werden verdachte patiënten onvoldoende geïsoleerd om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Dit zou kunnen verbeteren door een betere opleiding van het personeel, en door specifieke procedures in geval van een verdacht mazelengeval. Ook de arbeidsgeneeskundige dienst speelt een belangrijke rol om de verspreiding van de infectie te voorkomen door erop toe te zien dat het personeel voldoende beschermd is tegen mazelen. Niet-gevaccineerd personeel loopt immers een verhoogd risico op besmetting en verspreiding van mazelen.
  4. Overheid: overheidsdiensten spelen een belangrijke rol bij het opsporen van mogelijke contacten en het organiseren van voorzorgsmaatregelen. Dit kan zeer arbeidsintensief zijn voor het betrokken personeel.

Het optreden van nieuwe gevallen en de blijvende aanwezigheid van autochtone transmissie onderstreept het belang om de vaccinatiegraad te verhogen, met als doelstelling dat minstens 95 % van de bevolking twee dosissen MMR-vaccin krijgt.

Grammens T, Maes V, Hutse V en Sabbe M (WIV-ISP)

Bron:
Grammens T, Maes V, Hutse V, Laisnez V, Schirvel C, Trémérie JM, Sabbe M. Different measles outbreaks in Belgium, January to June 2016 – a challenge for public health. Euro Surveill. 2016;21(32):pii=30313. DOI: http://dx.doi.org/10.2807/1560-7917.ES.2016.21.32.30313


Abonneer u op de nieuwsbrief