FR | NL
Home | Over Vax Info | Links | Contacteer ons

Mazelenprint

gepubliceerd op dinsdag 6 december 2011

Is het nodig om de immuniteit tegen mazelen van artsen en medisch personeel te controleren? Indien ze niet immuun zijn, moeten ze dan gevaccineerd worden?

Volgens de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad moet alle medisch personeel dat in contact komt met kinderen, gevaccineerd zijn tegen mazelen.
Een volledige vaccinatie omvat twee dosissen van het MBR-vaccin. Indien men slechts één dosis heeft ontvangen, dan volstaat een tweede dosis. Indien de persoon niet werd gevaccineerd of wanneer de vaccinatiegegevens ontbreken, moeten twee dosissen worden toegediend met een minimum interval van 4 weken.
In geval van twijfel moet men niet aarzelen om te vaccineren. Zelfs indien meer dan twee dosissen werden toegediend, treden zelden bijwerkingen op. Personen geboren voor 1960 kunnen als beschermd worden beschouwd. Iemand die één van de drie ziekten heeft doorgemaakt, is niet noodzakelijk beschermd tegen de twee andere ziekten waartegen het trivalente MBR-vaccin beschermt.
Aanbevolen wordt om na de vaccinatie van een vrouw in de vruchtbare leeftijd minstens gedurende één maand een afdoende anticonceptie te voorzien. Het bepalen van antilichamen wordt in het algemeen niet aangeraden voor een vaccinatie. In individuele gevallen kan dit wel gebeuren.

Referentie: Vaccinatiegids. Inhaalvaccinatieschema’s bij volwassenen. Hoge Gezondheidsraad.

Moet een volwassene die naar een ontwikkelingsland reist, gevaccineerd worden tegen mazelen ?

Het trivalente MBR-vaccin wordt sinds 1985 gratis ter beschikking gesteld voor de vaccinatie van kinderen. Momenteel wordt aanbevolen om een eerste dosis toe te dienen op de leeftijd 12 maanden, gevolgd door een tweede dosis rond de leeftijd van 11-12 jaar. Door de veralgemeende vaccinatie worden de meeste kinderen beschermd tegen mazelen, bof en rubella en is ook de vrije circulatie van wilde virussen sterk verminderd. Een gevolg is dat personen die niet gevaccineerd zijn, minder kans hebben om in contact te komen met deze virussen.
In antwoord op de gestelde vraag kan ten eerste worden aangenomen dat personen geboren vóór 1970 (dus ruim vóór de veralgemeende vaccinatie) bijna altijd voldoende antilichamen tegen mazelen en bof hebben door contact met het toen nog circulerende wilde virus. Zij moeten dus niet worden gevaccineerd.
Dit ligt anders voor personen geboren na 1970 die niet zijn gevaccineerd en die geen klinische infectie met mazelen hebben doorgemaakt. Voor hen wordt aanbevolen om zich te laten vaccineren (tweemaal een dosis van het trivalente MBR-vaccin met minimaal een maand tussentijd) voor alle reizen naar een land waar mazelen nog endemisch voorkomt of om import in mazelenvrije landen te verkomen. In geval van twijfel over een vroegere vaccinatie, bestaat er, behalve zwangerschap, geen enkele tegenindicatie om alsnog te vaccineren.
Geactualiseerd op 13/3/2012

Prof. Alfons Van Gompel
ITG Antwerpen


Abonneer u op de nieuwsbrief