FR | NL
Home | Over Vax Info | Links | Contacteer ons

Mazelenprint

Een epidemie bij kempense scholieren

gepubliceerd op zondag 14 april 1996

In de lente van 1996 werden verschillende gevallen van mazelen vastgesteld in de Antwerpse Kempen bij scholieren. Deze epidemische opstoot onderstreept het belang van een inhaalvaccinatie.

Situering

Hoewel er in 1996 in Vlaanderen waarschijnlijk meer dan ooit tegen mazelen werd gevaccineerd, blijft er toch een leeftijdsgroep waarin het aantal gevallen van mazelen toeneemt. Het gaat hier om jongeren van 10 jaar en ouder.
Dit is niet helemaal onverwacht. Op basis van de informatie die via de huisartsenpeilpraktijken verkregen werd, bleek dat 49% van de mazelengevallen tijdens de periode ‘91-’93 voorkwamen bij kinderen ouder dan 10 jaar. Tijdens de periode ‘94-’95 liep dit op tot 54%. Welomschreven epidemies in deze leeftijdsgroep kon men in Vlaanderen vooralsnog niet in kaart brengen. Sedert de opstoot van mazelen in de Kempen - meer bepaald Herentals en omgeving - is daar verandering in gekomen.
De eerste gevallen werden begin maart door enkele huisartsen aan de gezondheidsinspectie gemeld. Ook schoolartsen en het virologisch laboratorium van de K.U. Leuven attendeerden op een verhoogd voorkomen van mazelen in die regio.

Methode

Vermits er in Vlaanderen geen meldingsplicht is voor mazelen en de huisartsenpeilpraktijken op lokaal vlak geen valide cijfers voor mazelen kunnen afleveren, werd geopteerd voor een actief case-findingonderzoek. Zo werden 226 artsen (huisartsen en pediaters), 6 laboratoria en 7 ziekenhuizen uit de regio gecontacteerd waarbij gepeild werd naar gevallen van mazelen in de periode januari - mei 1996 overeenkomstig de CDC - criteria voor klinische diagnose voor mazelen. Tevens namen we een schriftelijke enquête af bij 5838 scholieren uit het secundair onderwijs. Hierbij registreerden we het voorkomen van klinisch specifieke symptomen (zoals veralgemeende rash van meer dan 3 dagen, koorts boven de 38 °C en ontste- kingsverschijnselen van de bovenste luchtwegen) in de eerste helft van 1996.

Resultaten en bespreking

Van de aangeschreven artsen meldden 12% dat zij 122 gevallen in de voorbije maanden zagen. De scholieren-enquête waarvan de deelname rond de 80% schommelde, leverde 306 gevallen op. Na integratie van beide gegevens konden we 345 gevallen weerhouden.
In Herentals maakten aldus 8% van de scholieren in de geviseerde periode een ziektebeeld door dat als mazelen kon worden beschouwd. In een vergelijkbare populatie namelijk Heist-op-den-Berg, had op hetzelfde moment 1% van de schoolpopulatie mazelen. De spreiding in de tijd wordt weergeven in de epidemische curve.

Van de groep jongeren met mazelen bleek 74% ouder dan 14 jaar te zijn, en 39% bleek in het verleden gevaccineerd te zijn.
Hoewel er voorzichtig moet worden omgesprongen met klinische gegevens, kan men toch duidelijk stellen dat men in de lente van 1996 te maken had met een opstoot van mazelen bij scholieren van 12 jaar en ouder in Herentals. De relatief lage vaccinatiegraad van deze leeftijdsgroep, het primair en secundair falen van een vroegere vaccinatie en de lage natuurlijke immuniteit- omdat slechts weinig kinderen uit die leeftijdsgroep in het verleden de ziekte doormaakten- maakt deze groep extra kwetsbaar.

In Groot-Brittannië heeft de overheid op basis van een mathematisch model op een voorspelde epidemie van enkele tienduizenden gevallen geanticipeerd via een vaccinatiecampagne van alle schoolkinderen tussen 5 en 16 jaar. Deze campagne vond plaats in november 1994. In totaal werden in één maand tijd 7,2 miljoen dosissen vaccin toegediend door speciaal daartoe opgeleid verplegend personeel.

Inhaalvaccinatie

Analoog met deze redenering en na de ervaringen in Herentals stelt de gezondheidinspectie het trivalent vaccin nu ook ter beschikking aan de artsen die jongeren van 12 of meer wensen te vaccineren die in het verleden niet gevaccineerd waren. Een veralgemeende snelle vaccinatie van de ganse groep van jongeren leek niet onmiddellijk haalbaar. Ten tijde van de opflakkering kon men ook de onmiddellijke gezinsomgeving en klasgenoten gratis vaccineren voor mazelen.

Deze enquête lijkt ons een type-voorbeeld te zijn van een geslaagde samenwerking tusen de eerste lijn, het medisch schooltoezicht en de gezondheidsinspectie. Tevens resulteert zij in een belangrijke bijsturing van het vaccinatieschema waarbij het element inhaalvaccinatiebeurt voor mazelen wordt ingebouwd.

Dr. Koen De Schrijver,
Gezondheidsinspectie Antwerpen

Commentaar

1. Wegens de sterke afname van het aantal gevallen van mazelen en de hieraan gekoppelde afnemende kennis van deze aandoening door de artsen, zal het noodzakelijk zijn in de toekomst de diagnose van mazelen te onderbouwen bij middel van een serologische test.
In Finland werd de klinische diagnose van mazelen in 1986 slechts serologisch bevestigd in 2% van de gevallen (13/665). In Cuba en Sao Paulo kon Sabin in 1987 aantonen (bij middel van een indirecte immunofluorescentietest op IgM) dat meer dan 90% van de klinisch gediagnosticeerde gevallen van mazelen na een massale inentingscampagne niet waren veroorzaakt door het mazelenvirus. Na de veralgemeende vaccinatiecampagne in Groot-Brittannië werd bij 10.700 kinderen de klinische diagnose gesteld van mazelen: 57,4% werden serologisch getest en slechts 1,3% bleken ook werkelijk mazelen te hebben. Meer dan 98% waren foute diagnosen.
Alleen door systematische serologische controle van de klinisch vastgestelde gevallen van mazelen (hetzelfde geldt voor rubella en bof) zijn epidemiologische studies wetenschappelijk waardevol.
Een schriftelijke enquête bij een bepaalde doelgroep over het voorkomen van mazelen verhoogt de kans op vals-positieve diagnosen, ondermeer omdat twijfel is ontstaan over de betrouwbaarheid van de algemeen aanvaarde diagnostische criteria van mazelen. Anderzijds zal het aantal fout-positieve diagnosen afnemen tijdens een epidemie, zoals in Herentals.

2. Gegevens uit het buitenland wijzen er op dat het noodzakelijk zal zijn - wil men eenepidemie van mazelen bij adolescenten voorkomen (evenals bof en rubella) - een grootschalige inentingscampagne te organiseren, zoals in Groot-Brittannië in 1994 (Salisbury D). Hierbij moeten in een korte tijdspanne, alle oudere kinderen en adolescenten worden ge(her)vaccineerd, onafgezien van hun immuunstatus.De nood hieraan kan worden berekend op basis van bestaande mathematische modellen.

Prof. Dr. R. Clara

Bronnen :
- Sabin A.B. My last will and testament on rapid elimination and ultimate global eradication of Poliomyelitis and Measles - Pediatrics 1992; 90 (supple.) : 162-169.
- Peltola H. et al. The elimination of indigenous measles, mumps and rubella from Finland by a 12-year, two-dose program - N Engl J Med. 1994 ; 331 : 1397-1402.


Abonneer u op de nieuwsbrief